DO’S & DON’TS voor beginnende wielrenners

Je bent beginnend wielrenner, je bent blij met je (net nieuwe) racefiets en je gaat je eerste tochten maken. Alleen of met de basisclinic racefietsen van BeautyCycling. Hieronder vind je een aantal tips om je op weg te helpen. Dingen die je beter niet kunt doen of juist wel!

Do’s en don’ts op de racefiets:

  • Do: Rustig beginnen met trappen en niet direct als een dolle ervandoor gaan. Geef je lichaam de kans om te wennen aan je racefiets en aan de houding waarin je zit. In het begin kan het zijn dat je wat spierpijn krijgt in je rug en nek. Je went vanzelf aan de houding door veel kilometers te maken. Uiteraard is een goede fietshouding hierbij wel van belang. Laat je fiets en de afmetingen ten opzicht van jouw lichaam checken bij een wielerspeciaalzaak.
  • Do: Een goede wielerbroek aanschaffen vanaf dag 1 dat je op je zadel springt! Het kan best een dure aangelegenheid zijn om wielerkleding aan te schaffen maar bespaar zeker niet op een goede wielerbroek met zeem erin! Deze maakt je ritten een stuk comfortabeler.
  • Do: Bouw de afstand op. Begin met een rondje van 30 km en rijdt steeds een stukje verder naar gelang je conditie en ervaring. Uiteindelijk rijdt iedereen die mooie tocht van 100 km! Kwestie van veel kilometers maken en dus trainen, je conditie op pijl brengen én voldoende eten meenemen voor onderweg.
  • Do: Een helm dragen. Altijd!
  • Do: Met muziek rijden. Blijf wel op het verkeer letten, want dat hoor je niet altijd aankomen.
  • Do: Een keer verkeerd schakelen. Helemaal niet erg! Daar leer je van. Oefen met de verschillende opties die je hebt op je fiets. Ze zitten er immers niet voor niets op. Het ergste wat er kan gebeuren is dat je omhoog rijdt in een veel te zware versnelling of je ketting eraf valt. Deze kun je er eenvoudig zelf weer op leggen. Let op: je krijgt waarschijnlijk wel vieze handen, maar dat hoort erbij!
  • Do: Een bel op je fiets. Zodat je in de duinen netjes kunt laten weten dat je eraan komt en graag wilt passeren. Vroeger werd er nog wel eens geschreeuwd: “Pardon meneer, mag ik er langs!” maar tegenwoordig dwing je meer respect af bij de zoevende e-bikers door even netjes te bellen.
  • Do: Je fiets schoonmaken na een ritje en je ketting daarna weer voorzien van een beetje olie.
  • Do: Een rondje rijden in plaats van een rechte lijn van je huis. Zo weet je dat je altijd weer gemakkelijk terugkomt wanneer je moe wordt én je rijdt niet dezelfde route op de heen- en terugweg.
  • Don’t: Een ketting tatoeage zetten. Wanneer je met beide voeten op de grond staat en je fiets tussen je benen leunt, kan het voorkomen dat je met je been al dan niet per ongeluk tegen het tandwiel aankomt. Hier zit vet op en geeft een afdruk van zwarte schakels op je kuit!
  • Don’t: Te laat uit je pedalen klikken resulteert in een slowmotion valpartij links- of rechtsom. Je kunt lelijke blessures oplopen aan je heupen, polsen en ellebogen! Klik dus op tijd uit bij het naderen van een kruispunt of stoplicht.
  • Don’t: Een onderbroek dragen onder je wielerbroek. Gewoon met de blote bips de broek in! Wielerbroeken en de zeem zijn hiervoor gemaakt. Ondergoed eronder dragen gaat alleen maar irriteren.
  • Don’t: Eten wanneer je honger krijgt. Dat klinkt natuurlijk een beetje gek, maar je kunt het beste de honger voor zijn. Ieder uur een reep/koek is een prima ritme om aan te houden in het begin.
  • Don’t: een foto maken tijdens het fietsen!
  • Don’t: Achterom kijken op de fiets. Natuurlijk wil je weten of je wordt ingehaald, maar achterom kijken vergt enige controle over je racefiets. Mocht je toch een blik over je schouder willen werpen, doe dit dan zónder je stuur ook te draaien!